BOORDEVOL VERTROUWEN
'Had jij ook speelgoed in je buik?' vraagt Jette.
'Nee,' zeg ik, 'dat zat er niet bij.'
'Maar had ik dan helemaal níks?' roept ze geschokt.
'Je had toch je zusje?' zeg ik geamuseerd. 'En baby's
kunnen toch nog niet kleuren en puzzelen en zo?'
We zitten samen in de auto. Anne is bij iemand aan
het spelen en Jette gaat met mij naar een Doe-het-zelf-zaak.
Daar gaan we behang uitzoeken voor als ze elk een eigen
kamer krijgen en we gaan er ook iets drinken.
We zijn de roltrap nog niet op of ze heeft al dorst.
Appelsap wordt het, met een rietje. Erg lekker, al vindt
ze dat flesje wel een beetje érg zwaar.
En dan zitten we voor een groot raam naar beneden te
kijken. 'Eng hè?' zegt ze vergenoegd. 'Als ik
door het raam val is mijn hoofd eraf en dan ben ik helemaal
stuk. En dan zeggen alle mensen: 'Moet je nou eens kijken,
wat ligt dáár een stout meisje, zeg.'
Ze wacht mijn reactie niet af, maar kijkt naar mijn
halve koekje. 'Zal ik dat even voor je opeten?' biedt
ze aan.'
Ik lach. 'Vooruit dan maar.'
'Ja,' zegt ze vergenoegd. 'Dat vond je zeker wel een
goed idee.'
Even later gaan we naar naar de afdeling behang. Daar
aangekomen zegt ze gedecideerd: 'Zo, nu moet ik even
naar het twaalet. Is hier een twaalet?'
Ik zucht. Vreemde toiletten blijken een enorme aantrekkingskracht
op onze kinderen te hebben. 'Ik denk het niet,' lieg
ik. Maar zo gemakkelijk kom ik er niet van af. Ik moet
het toch maar even gaan vragen. Voor de zekerheid. En
jawel, er is een toilet.
'Dan moet jij mijn billen afvegen als ik klaar ben.'
'Natuurlijk,' zeg ik. 'Je moeder staat voor je klaar,
hoor.'
Ze knikt tevreden. 'Ik roep wel als je moet komen. En
dan kom jij hè? Want anders is het erg. Dat is
toch heel erg als jij niet komt, want dan moet ik huilen
en dan ga ik gillen, en dat is dan wel zielig voor mij,
hè?'
Maar zover komt het gelukkig niet, want de moeder komt
gewoon, ze bukt gewoon en ze veegt gewoon. Zoals het
hoort.
'Valt het mee?' informeert ze belangstellend.
'Ja hoor,' zeg ik. 'Ze zien er weer keurig uit.'
Op de terugweg wijs ik het paleis aan. 'Kijk,' zeg
ik. 'Daar woont de koningin.'
Dat vindt ze leuk. 'Heeft de koningin ook een kroon?
En zullen we samen even door het raam gaan kijken bij
de koningin?'
'Ik denk niet dat dat mag,' zeg ik.
'Nee hè? Dat wordt de koningin boos en dan wordt
de koningin verdrietig.'
En dan is het de hoogste tijd voor literatuur: Poes
Pinkie. 'Zo,' hoor ik op de achterbank. 'Nu moet je
niet meer over me heen praten, want nu ga ik voorlezen.
Zul je dat niet doen, over me heen praten?'
'Natuurlijk niet,' beloof ik. 'Ik moet toch sturen?'
En zo hobbelen we samen de middag door. Ik geniet, terwijl
ik van de ene verbazing in de andere val. Een volkomen
onbevangen mini-mens in haar eigen ongecompliceerde
wereld. Boordevol vertrouwen in al het goede dat het
leven voor haar in petto heeft. Om jaloers op te worden
Column Centraal Weekblad - november 1991
(Anne en Jette - 4 jaar)
Naar
column archief 
|