HERENBEZOEK
Het is dinsdagmiddag. Jette is naar een vriendinnetje
en Anne krijgt herenbezoek. Jaap, om precies te zijn,
een jongetje uit haar klas waar ze nogal van gecharmeerd
is.
Ze is buitengewoon in haar nopjes met het vooruitzicht
hem een poosje voor zich alleen te hebben.
Klokslag twee uur arriveert Jaap. Met pet. Hij is amper
binnen of Anne begint te moederen: 'Kom eens even hier
staan, Jaap. Kijk, deze tekening heb ik helemaal voor
jou gemaakt. Omdat je bij me komt spelen.'
'O,' zegt Jaap verbaasd (omdat hij de oude tekening
van school herkent.) 'Heb je er dan nog wat bíj
getekend?'
'Nee,' zegt Anne enigszins uit het veld geslagen. 'Maar
hij is wél voor jou. Ben je er blij mee, Jaap?'
En ja hoor, Jaap is blij. Best wel.
Maar dan wil Jaap weten waar de wc zich bevindt. 'Ik
breng je wel even,' zegt Anne.
'Gaat het, Jaap?' hoor ik haar belangstellend vragen.
Even later staan ze samen te smoezen op de gang. 'Stomme
Anne, stomme Jaap, stomme Anne, stomme Jaap
' En
ze gieren het samen uit. Want gevoel voor humor, dat
hebben ze natuurlijk.
Dan vindt Anne dat ze naar Alfred Jodokus Kwak moeten
kijken.
'Vindt Jaap dat óók leuk?' vraag ik.
'Ja hoor,' zegt Anne haastig. 'Hij vindt het erg leuk.'
Even later zitten ze eensgezind voor de buis. Echter,
na een minuut houdt Jaap het weer voor gezien. Er is
namelijk een wolf en Jaap vindt wolven eng. Solidair
besluit Anne om dan ook maar niet meer kijken. 'Zet
je stoeltje maar even terug, Jaap,' commandeert ze.
En dan gaan ze zitten. Jaap gaat stempelen: een cadeautje
voor Anne. En Anne maakt een nieuwe tekening voor Jaap.
'Het wordt niet zo mooi hè?' vraagt ze. Ze wijst
naar haar papier.
'Nee,' beaamt Jaap. 'Niet zo mooi.'
Maar dat blijkt niet de gewenste reactie. 'Nou Jaap!'
roept Anne ineens verontwaardigd. 'Dan krijg je de tekening
óók niet.'
Jaap - perplex over zoveel vrouwelijke onredelijkheid
- roept: 'Maar je vond hem zelf toch ook niet mooi?'
Anne bindt in. Dat is waar. 'Nou goed, dan krijg je
hem wél.'
Na de limonade wil Anne Jaap een rondleiding door het
huis geven. Samen vertrekken ze naar boven nadat Anne
behoedzaam de kamerdeur heeft gesloten. Er zijn tenslotte
zaken waar je je moeder niet bij nodig hebt. Gelukkig
zijn ze nog niet op een leeftijd dat ik me zorgen hoef
te maken. Maar nieuwsgierig ben ik wel, en stiekem luister
ik op de gang naar wat zich boven mijn hoofd afspeelt.
Anne laat alles zien: de badkamer, mijn schoenen, mijn
oorbellen, alle hoeken van de zolder, en zelfs mijn
garderobe wordt aan een inspectie onderworpen.
'Niet bij het open raam, Jaap!' hoor ik mijn dochter
belerend roepen. 'Anders vat je kou.'
En zo keutelen ze gezellig door. Tot het tijd is om
Jaap weer naar huis te brengen. Maar eerst gaan ze samen
op de foto. Jaap slaat ridderlijk een arm om Anne heen,
terwijl ze elkaar een kusje geven. In de gang zingen
ze nog even 'Hallo hallo, wie stinkt daar zo?' en dan
zijn ze gereed om te vertrekken.
De film draait dertig jaar terug. In gedachten voel
ik mijn eerste jongenskusje weer. Van Bartje Daams,
mijn beste vriendje. Hoe spannend was dat.
Alle vooruitgangen, alle wonderen van de hedendaagse
wetenschap ten spijt; er zijn dingen die nooit écht
veranderen. Kleuters bijvoorbeeld. Nog hetzelfde als
tien, honderd, duizend jaar geleden. Gelukkig maar,
want het zijn gewoon wonderen op zichzelf.
Centraal Weekblad - maart 1992
Anne en Jette vier (en een half) jaar.
Naar
column archief 
|