SJONGJE,
WE WORDEN WEL GEBOFT ZEG!
Twee stralende koppies. Twee beschuitjes met vijf brandende
kaarsjes. Twee versierde stoeltjes. En twee splinternieuwe
fietsjes. Vijf jaar op de wereld. Vijf jaar bij ons.
Kortom, een grote dag.
En natúúrlijk, op elk feest van enige
betekenis gaan er wat dingen mis. Mijn nieuwe trui,
die ik de vorige avond lekker voor het open raam had
gehangen, treffen we 's ochtends aan op het dak van
de schuur. En in de gebaksdoos blijken een paar gebakjes
omgerold te zijn (die er niet écht smakelijk
meer uitzien).
Na het feestelijke ontbijt rennen wij met gekromde ruggen
hijgend achter twee fietsjes zonder zijwielen door de
kamer, omdat de jarigen hun cadeau nog niet los kunnen
berijden.
Al snel komen de opa's en oma's, de ooms en tantes,
en natuurlijk: de cadeautjes. Trots staan onze dochters
op hun stoeltjes, terwijl ze enthousiast meeklappen
als ze toegezongen worden tot in de gloria. Och, och.
Je zult maar vijf zijn!
Een paar dagen later wordt het zo mogelijk nog spannender,
want dan is hun eerste, echte kinderfeestje aan de beurt.
'Dennis zal wel moord en brand schreeuwen als jullie
hem van school halen,' waarschuwt zijn moeder 's ochtends
vroeg al. Maar als het even kan moeten we hem toch maar
zien mee te krijgen, vindt ze. Hij moet er tenslotte
door heen.
Een tikje gespannen als ik ben, spreekt het idee om
een gast tegen wil en dank mee te moeten sleuren me
niet erg aan. Maar goed.
De hele ochtend zijn we bezig met de voorbereidingen.
Om tien voor twaalf kunnen we de genodigden al ophalen.
Juf vond dat een beter idee omdat het dan nog niet zo
druk zou zijn bij school en dan zouden we de kinderen
veilig mee kunnen nemen.
Dat doen we dus. Voor de zekerheid tellen we de kinderen
die netjes klaar staan bij de deur van de klas. Tot
onze verbazing staan er vijftien in plaats van dertien.
Twee jongetjes, die bedacht hebben dat ze ook wel zin
hebben in een feestje, worden door juf zachtzinnig weer
naar hun stoeltjes gedirigeerd.
Dennis huilt niet. Hij geeft me gewillig een hand, nadat
ik hem onpedagogisch een lollie in het vooruitzicht
heb gesteld. Wel zijn er twee anderen die in hartstochtelijk
snikken uitbarsten, en dat zijn onze superzenuwachtige
dochters.
Na wat suswerk verloopt de wandeltocht zonder problemen,
zij het dan dat drie kinderen opgewekt in dezelfde hoop
hondenpoep stappen.
De maaltijd is snel voorbij, want in totaal worden er
slechts vijftien puntjes geconsumeerd. En van de 30 sudderende
knakworstjes blijven er 27 over. De gasten kiezen namelijk
en bloc voor een 'broodje-met-niks'.
Verder verloopt het allemaal prima. Met feestmutsen en
spelletjes, de zo felbegeerde stoelendans, en kleine verstopte
cadeautjes.
Om drie uur worden de gasten opgehaald en wuiven Anne
en Jette ze vrolijk uit.
'Sjonge,' zegt Jette vergenoegd. 'We worden wel geboft
zeg'.
Anne vindt ook dat we echt ons best hebben gedaan. 'Dat
meen ik sirrejeus hoor,' voegt ze er aandoenlijk aan toe.
Wij zijn ook blij. Blij met onze tevreden dochters. Blij
dat het goed is gegaan, en nog blijer dat het voorbij
is.
Om vijf uur ontdekt Ron dat er nog steeds 27 uitgelebberde
knakworstjes op een laag pitje staan te sudderen. 'Nou
ja,' zegt hij. 'Die nemen we gewoon als kruik mee naar
bed.'
En dát vind ik een uitstekend idee. Vooral van
dat bed. Want de verjaardag van je kinderen vieren is
enig. Maar je wordt er wel moe van.
Centraal Weekblad - september 1992
(Anne en Jette 5 jaar)
Naar
column archief  |