KLEINE
KINDEREN WORDEN GROOT
Met een gevoel van weemoed neem ik afscheid van het
baby-kamertje. Liselot is ruim 3 jaar en is eigenlijk
al lang toe aan een 'groot bed'.
De zo praktisch gemaakte commode wordt uit elkaar gehaald
en verzaagd tot extra kastplanken voor elders in huis.
Het aankleedkussen, het badje, het kleine ledikantje,
de leuke rieten stoel: alles wordt naar zolder gesjouwd.
En dan ineens is het kamertje helemaal leeg.
Definitief. Om nooit meer terug te komen. Want zo gaat
dat: kleine kinderen worden groot.
Vreselijk groot wordt ze, en vreselijk eigenwijs.
'Wil jij misschien een bolletje?' vraagt de mevrouw
van de bakker.
Onze dochter schudt beslist haar hoofd. 'Nee, dank u,'
zegt ze beleefd. 'Ik ga zo naar de slager.'
De redenatie hierachter is, dat ze met een bolletje
in haar hand mogelijk het plakje worst misloopt. En
aangezien ze worst prefereert boven brood, heeft ze
diplomatiek besloten het bolletje dan maar af te slaan.
Het zal duidelijk zijn dat zo'n kind niet meer in een
babybedje thuishoort.
Aan de ene kant vind ik het treurig dat ze nooit meer
zo heel klein zal zijn; aan de andere kant vind ik het
niet erg. Tot nu toe hebben we namelijk geen slechte
ervaringen met het groter worden van kinderen. Integendeel.
Tot nu toe werden ze in onze ogen alleen maar elk jaar
leuker.
Het meest opzienbarend vonden we dat Anne en Jette inmiddels
hetzelfde gevoel voor humor hebben als wij, en dat blijkt
voor hen vaak een buitengewoon handig hulpmiddel te
zijn.
Soms maken ze het ons erg moeilijk om ze naar bed te
sturen, omdat we dan ineens zo vreselijk om ze moet
lachen dat we geen fatsoenlijk woord meer kunnen uitbrengen.
Ze moeten nog een beetje wennen aan dergelijke eclatante
successen en weten dan helemáál niet meer
van ophouden. Uiteindelijk ren ik dan nijdig op ze af
om ze in vredesnaam maar gewoon de gang in te duwen.
Nooit geweten dat je met je eigen kinderen zo vreselijk
veel lol zou kunnen hebben.
Als ik op een avond al om een uur of negen in bed zit
te lezen, hoor ik de voeten van Jette de zoldertrap
afkomen. Ik ben erg benieuwd hoe ze het deze keer aan
zal pakken om een praatje met me te beginnen.
Na het doortrekken van het toilet stapt ze ineens de
kamer binnen. 'Ja,' zegt ze bij wijze van verklaring.
'Ik zag je voeten liggen, dus ik dacht: ik zal maar
eens even gaan kijken.'
Hoewel ik ernstig naar rust verlangde toen ik in bed
stapte, vind ik dit een dermate leuke openingszin dat
ik haar uit pure waardering niet meteen weer naar boven
stuur. Daar maakt ze snel gebruik van door haar billen
op het bed te poneren en mee te delen dat ze vindt dat
wij haar eigenlijk best goed hebben opgevoed.
Ik veronderstel dat ze weet dat ik dit een intrigerende
opmerking vind en haar graag om tekst en uitleg zal
vragen, waarmee ze weer wat tijd kan rekken.
Als ik dat inderdaad doe, verklaart ze dat het waarschijnlijk
heel goed is geweest dat we 'vroeger' zo streng voor
hen geweest zijn. 'Daardoor zijn we nu zo leuk geworden,'
zegt ze opgewekt.
Ik weet niet wat ik hoor en wacht geamuseerd af wat
er nog meer op haar tijd-rek-lijstje zal staan. Dat
blijkt iets over de opvoeding van Lot te zijn. Ze wil
best bekennen dat ze zich regelmatig afvraagt waarom
we soms zo vreselijk streng voor haar zijn, terwijl
ze toch nog maar zo heel klein is. 'Maar ja,' zegt ze
dan. 'Anders zou Lot misschien wel een etter worden.'
Dat beaam ik, want onze Lot is absoluut een kind dat
een zeer duidelijke aanpak nodig heeft.
Dan vertelt ze dat ze net de test 'Ben jij een etter?'
uit de Tina heeft gedaan.
'En?' vraag ik nieuwsgierig.
'Ik was best aardig,' lacht ze. 'Slechte test, want
ik ben niet bést aardig; ik ben vréselijk
aardig.'
'Ja,' zeg ik. 'Je bent vreselijk aardig. En nu ga je
heel snel naar je bed.'
Als ze neuriënd naar boven vertrekt, bedenk ik
dat ik haar dolgraag nog even zou willen vasthouden
zoals ze was als piepkleine baby. Om haar daarná
weer snel in te ruilen voor het leuke kind dat ze nu
is.
Centraal Weekblad - december 1996
(Anne en Jette 9 jaar - Liselotte 3 en een half jaar)
Naar
column archief  |