SNOTTEBELLEN
OP EEN JAS
De eerste avond van de kerstvakantie komt Jette wanhopig
snikkend naar beneden. Geschrokken vraag ik wat er
aan de hand is. En dan komt het hoge woord er uit:
ze mist Marco zo verschrikkelijk en nu moet ze twee
weken wachten voor ze hem weer kan zíén!
Ik ben verbaasd. Ik wist best dat ze op Marco verliefd
was, zoals ze in de maanden hiervoor verliefd op Timo
is geweest en op Mark-Maarten en op Jorrit. Vluchtige
verliefdheden die per stuk zo’n krappe week duurden.
Maar dat dit méér was, anders, díéper… dat
had ik nog niet zo direct begrepen.
‘
Tja, ‘ zeg ik tegen het roodbevlekte hoofd tegenover
mij. ‘Anders stuur je Marco morgen een leuke
kaart.’
Daar knapt ze helemaal van op. Dat gaat ze doen, ja.
Maar de rest van de vakantie rept ze niet meer over
Marco, en ook niet over de kaart. Zou de liefde alweer
over zijn? vraag ik me af.
En dan is het de laatste dag van de kerstvakantie.
Ik zie dat Jette allemaal hartjes aan het tekenen is.
Hartjes voor Marco.
Omdat ze zelf ziek is, krijgt Anne de opdracht om de
tekening te overhandigen.
‘
Je moet zeggen: een hartje van Zieke Olifant,’ legt
ze Anne uit. Kennelijk lijkt haar dat wel een geschikte
begeleidende tekst.
Anne belooft wat er gevraagd is en vertrekt welgemoed
naar school.
Tussen de middag doet ze opgewonden verslag van wat
er zoal gepasseerd is. Want wat bleek? Marco wilde
de tekening van Zieke Olifant gewoon niet hébben.
Verontwaardigd legt Anne uit dat ze toen erg veel verdriet
had en dat ‘ze bijna helemaal tranen in d’r
ogen had gehad.’
Stefanie – die even gevraagd had wat er aan de
hand was – had grootmoedig aangeboden dat zij
die tekening anders wel mee naar huis wilde nemen.
Maar dat was zielig voor Jette, vond Anne. ‘En
dat begreep Stefanie best, hoor,’ verklaart ze
trouwhartig.
Dan vertelt ze dat ze de tekening na de pauze stiekem
in Marco’s tas had gestopt. ‘Die vindt
hij wel als hij gaat overblijven,’ besluit ze
tevreden.
Ik kijk ondertussen naar Jette, die de kwestie nogal
kalm opneemt.
‘
Ik zal wel even uitleggen hoe het zit,’ zegt
ze. ‘Kijk, Marco is verlegen, en het is gewoon
geheim dat wij op elkaar verliefd zijn. Ja, iedereen
wéét het, hoor, maar dat wil Marco niet,
en hij is bang dat het gek is als hij een tekening
krijgt.’
’s Middags informeer ik bij Anne of Marco de
tekening in zijn tas gevonden had.
‘
Ja hoor,’ zegt ze, terwijl ze er eens goed voor
gaat zitten. ‘En hij wilde hem toen wel hebben,
maar hij is hem verloren in het overblijflokaal. En
ik heb hem gezegd dat hij niet bang hoefde te zijn
omdat alleen ík het weet van Jette en hem. Ik
en mijn familie.’
Jette knikt goedkeurend. Dat had ze Anne niet kunnen
verbeteren.
De volgende morgen is Jette weer beter en gaat naar
school. Mét een nieuwe tekening voor Marco.
Als ze thuis komt, vertelt ze dat Marco er erg blij
mee was. ‘Er zitten nu allemaal snottebellen
op mijn jas,’ deelt ze mee. ‘ Hoezo snottebellen?’ vraag ik. ‘ Ja,’ zegt ze vertederd. ‘Marco kan nog
niet zo goed zijn neus snuiten en hij heeft allemaal
kusjes op mijn jas gegeven. Maar hij hoeft niet in
de was, hoor, want ik heb ze al weggeveegd.’
En ik? Ik snap het. Natuurlijk. Want wát is
er nou leuker dan een paar lekkere snottebellen van
je geliefde op je jas?
Centraal Weekblad – januari
1994
(Anne en Jette 6 jaar – Liselotte 9 maanden)
Naar
column archief  |