Naar vorige pagina. EEN LANGE REIS NAAR 'EEN GELE JAS'

Er was me gezegd dat ik het beste met de trein kon gaan. Dan zouden ze me wel van het station halen. Maar de dag is nog maar net begonnen, of ik begin er al spijt van te krijgen.
Zo’n treinreis vind ik een hele onderneming met al die overstaptijden. En ik ben doodsbenauwd voor vertragingen, want dan loopt alles in het honderd.

De bibliotheek in Enschede heeft me gevraagd voor te komen lezen voor drie groepen peuters en kleuters op verschillende scholen. Zodoende sta ik om 08.00 uur ’s ochtends op station Baarn te rillen van de kou. In mijn ene hand een koffertje vol boeken, in mijn andere een gitaar.
Om twee minuten over tien zal ik op het perron van Enschede worden opgehaald door iemand die een gele jas draagt. En voor het geval dát misloopt, hebben we afgesproken elkaar te treffen bij de boekenkiosk op het station. Gele jassen zijn dun gezaaid, dus dat móet goed gaan, denk ik.
Ik ben blij als de trein er aan komt. Die is tenminste vast op tijd. Echter, hij zit zo onvoorstelbaar vol dat er omgeroepen wordt dat er niemand meer bij kan. Iedereen op het perron begint kwaad te roepen en te schreeuwen.
Ik niet. Ik ren naar één van de deuren, waarachter een hele horde schooljongens stijf tegen elkaar aangedrukt staat. Dringend maak ik duidelijk dat ik er in wil.
‘Dat kan niet, mefrau,’ roept er één.
‘Alsjeblieft,’ smeek ik. ‘Ik MOET mee!’

Dan komt er zowaar een paar centimetertjes beweging in het portaal. En als de trein weer wegrijdt, zit ik er in. Dat wil zeggen, ik sta op de onderste treeplank, als een sardientje tegen de deur aangeplakt. De trein schommelt vervaarlijk heen en weer. En ik zwaai mee, want met mijn koffer in de ene kant en mijn gitaar in de andere, heb ik nergens houvast.
Intussen ben ik doodsbang dat ik meteen op het perron zal vallen als de deuren weer opengaan. Gelukkig blijft dat leed me bespaard. Op wonderbaarlijke wijze bereik ik ongeschonden station Amersfoort.

Een tijdje later zit ik opgelucht in een eersteklas coupé in de trein naar Enschede. Er kan nu niet veel meer misgaan. Na een uur doodse stilte begin ik voorzichtig een praatje met een van de drie heren die tegenover mij zitten. Het duurt niet lang of de hele coupé is met elkaar in gesprek, en het wordt nog gezellig ook.
Om één minuut over tien – prachtig op tijd – stopt de trein. Ik groet iedereen en stap haastig uit. Tevergeefs zoek ik naar iets geels het perron.
Op naar de boekenkiosk in de hal dus. Echter, ook dáár is geen gele jas te bekennen. Ik besluit op een bankje te gaan zitten wachten. Maar naarmate de tijd vordert, word ik toch wel een beetje ongerust. Het is al kwart over tien, terwijl ik om half elf in de eerste klas verwacht word.
Voor de zekerheid vraag ik aan de juffrouw of dit de enige boekenkiosk van station Enschede is.
Ze kijkt me verdwaasd aan. ‘U bent hier op station Hengelo,’ zegt ze.

Als deze onheilsboodschap tot me doorgedrongen is, ren ik ogenblikkelijk naar een taxi en roep dat er een ramp is gebeurd.
De chauffeur schrikt zich een ongeluk en laat me razendsnel instappen. Met bonzend hart vertel ik dat ik zo stom ben geweest om simpelweg ‘op tijd’ uit te stappen, maar nog niet op station Enschede was, waar ik dus wel had moeten zíjn.
De chauffeur zegt rustig dat ik me niet zo druk moet maken, want dat er veel ergere dingen op de wereld zijn.
Dat beaam ik beleefd. Desalniettemin voel ik me alsof mijn wereld op instorten staat. Tenslotte, op station Enschede wacht ‘een gele jas’ op me, en elders de eerste groep kinderen met hun moeders. Hoe moet dit ooit nog leuk worden?

Om vijf voor half elf stuif ik de stationshal van Enschede binnen. En dan hebben ‘de gele jas’ en ik elkaar snel gevonden. Nog net op tijd kan ik bij de eerste kinderen beginnen.
De dag vliegt om en ik geniet met volle teugen van de allerliefste en charmante kleuters.
Op de terugreis ben ik weer in de stemming om te bedenken dat de taxichauffeur toch gelijk had. Er zijn zoveel ergere dingen op de wereld dan uitstappen bij een verkeerd station.
Ik neem me voor om dat voortaan wat sneller zélf te constateren als er vervelende dingen gebeuren. Tot nu toe bleek ik daar nog niet zo erg voor in de wieg te zijn gelegd. Maar gelukkig ligt er weer een heel jaar voor me, waarin ik ongetwijfeld veel zal kunnen oefenen.

Centraal Weekblad – november 1995
(Het állereerste ‘schrijversbezoek’ aan verschillende scholen in Enschede)


Naar column archief Naar vorige pagina.

 
 
De leerlingen van basisschool Goejanverwelle in Gouda hadden zelf een prachtig boek geschreven en getekend!
   De leerlingen van basisschool Goejanverwelle in Gouda hadden zelf een prachtig boek geschreven en getekend!

Voorlezen en zingen bij de opening van de Liselotje-tentoonstelling in Leens, met op de achtergrond de vrolijke tekeningen van Dagmar Stam.
   Voorlezen en zingen bij de opening van de Liselotje-tentoonstelling in Leens, met op de achtergrond de vrolijke tekeningen van Dagmar Stam.

Voorlezen op basisschool De Richtingwijzer in Zeewolde.

   Voorlezen op basisschool De Richtingwijzer in Zeewolde.