TUPPERWARE-PARTY
‘Volgende week maandag heb ik een Tupperware-party
bij Alice,’ kondig ik aan als we samen de agenda
doornemen.
‘
Alweer?’ vraagt Ron kritisch.
Dat vind ik een beetje overdreven. De vorige party
was tenslotte al weer meer dan een jaar geleden. Zijn
reactie daarop herinner ik me echter nog als de dag
van gisteren. Hij wist werkelijk niet wat hij hoorde
toen ik op één avond voor honderdtwintig
gulden ‘plastic’ had besteld. Ik moet toegeven
dat ik dat achteraf zélf ook niet zo goed begreep,
maar dat gaf ik uiteraard niet toe.
In plaats daarvan verdedigde ik vol vuur één
van mijn duurste aankopen: een plastic emmer waarin
het zo uitstekend sokken wassen zou zijn. De demonstratrice
meldde zelfs dat meer dan de helft van de bevolking
zich de trotse eigenaar van zo’n exemplaar mocht
noemen.
Dat vond ik grappig. Maar het argument waar ik pas écht
gevoelig voor was, was de enorme waskracht van de emmer.
Door een uniek vacuümsysteem zouden de vezels
van de vieze sok zich openen, waardoor het vuil vrijuit
in het water zou kunnen verdwijnen.
Nu was het me sinds lange tijd een doorn in het oog
dat ik de witte zandbaksokken van mijn dochters met
geen mogelijkheid meer schoon kon krijgen. Vandaar
dat ik zwichtte voor de emmer met de bijbehorende deksel.
Hij was op dat moment nog in de aanbieding ook en kostte ‘slechts’ f
39,90. Echter, de mogelijkheid bestond om er apart
een hengsel bij te kopen á raison van f 9,95.
Dat was weliswaar niet verplicht, maar zonder hengsel
zou ik om allerlei wat onduidelijke redenen geen levenslange
garantie op de emmer kunnen krijgen. Vandaar dat ik
voor het complete setje had gekozen.
Toen ik de wonderemmer in huis had, zocht ik meteen
alle grijs geworden witte sokken bij elkaar en stopte
ze volgens voorschrift in de emmer Ik meen me te herinneren
dat ik nog wat moeste schudden en vervolgens zou ik
de sokken er na een half uurtje weer stralend wit en
schoon uit kunnen halen.
Maar ach, wat was het resultaat bedroevend. De sokken
waren nog net zo grijs als toen ze er in gingen. Langer
laten staan had geen zin, want volgens de demonstratrice
zou het vacuümsysteem slechts dertig minuten werken.
Daarna sloten de vezels zichzelf weer.
Dat was dus de eerste en de laatste keer dat ik de
emmer als wasemmer gebruikte.
Toen we later eens midden in een verbouwing zaten
en snel iets nodig hadden om behangplaksel in aan te
maken, bleek de wasemmer een uitkomst. Door alle drukte
en chaos in die periode bleef het restant van het plaksel
er gewoon in zitten. En zo stond hij een half jaartje
gezellig in een hoekje in de bijkeuken.
Uiteindelijk meende mijn echtgenoot dat ‘dat
rotding’ weg moest. En zo gebeurde het dat de
alom geprezen emmer op de plaatselijke
afvalberg belandde.
Voordat ik naar mijn tweede Tupperware-party vertrek,
houdt Ron mij een Wibra-folder met allerlei soorten
plastic bakjes voor mijn neus. ‘Die zou ik maar
even goed bestuderen voor je weggaat,’ is zijn
advies.
Ik deel beslist mee dat ik zeker niet van plan ben
om veel aan te schaffen en ga dan naar mijn zusje.
Zij blijkt de demonstratrice vooraf geïnstrueerd
te hebben dat ze deze keer maar niet over de wasemmer
moet beginnen, omdat één van de gasten
daar ongetwijfeld vreselijk om zal gaan lachen.
Het wordt een gezellige avond, waarbij ik – hoe
is het mogelijk – toch weer van alles aankruis
op mijn lijstje. Ik ben trouwens niet de enige; alle
andere dames kruisen driftig mee.
Aan het eind van de avond ben ik zestig gulden armer,
wat ik een redelijk beschaafd bedrag vind in vergelijking
met de bedragen die de andere gasten moeten betalen.
Een paar weken later – ik was alweer vergeten
wat ik had aangestreept – krijg ik de spullen
thuis: een vrolijk hardplastic koffertje voor Liselotje,
een degelijke beker voor Anne om mee naar school te
nemen, een setje schattige mini-bekertjes met dekseltjes,
en nog een paar bakjes.
Het koffertje is enig, maar heeft zo’n ingenieuze
sluiting dat Lot hem niet open of dicht kan doen. Annes
beker is een waar succes. Trots neemt ze hem mee naar
school. Helaas laat ze hem de eerste beste dag al tijdens
het knikkeren op het schoolplein staan. Snikkend komt
ze thuis. Zonder beker. Ze is nog de klassen rondgegaan,
maar zonder resultaat.
De vier mini-bekertjes – die ik alleen op een
plaatje gezien had – zijn twee keer zo klein
als ik gedacht had. Ze blijken bedoeld om een restje
verse kruiden in te vriezen, terwijl ik ze had aangeschaft
om zoutjes in te doen voor de kinderen. Daar zijn ze
duidelijk te klein voor. Met een beetje geluk passen
er net vier flinke chipito’s in.
Kortom, achteraf bekeken heb ik opnieuw niet zo succesvol
ingekocht. Maar leuk was het wel. Ik ben dus erg benieuwd
of ik een volgende uitnodiging nu eens kordaat zal
afslaan. Ik hoop het, maar ik ben eigenlijk bang van
niet.
Centraal Weekblad – juni 1996
(Anne en Jette 9 jaar – Liselotte 3 jaar)
Naar
column archief  |