Naar vorige pagina. MET VRIENDELIJK ZIJN BEGIN IK MORGEN WEL WEER

Het is vrijdagmiddag, het regent, en we zijn alledrie moe. Desalniettemin besluiten we aan tafel om 'een gezellige middag te maken.' Maar het begint al niet erg voorspoedig. Tijdens het eten wil Jette weten hoe een kindje eigenlijk in een buik groeit. Ik loop naar boven om een boek over ongeboren baby's te pakken. Al bladerend op de trap zoek ik een geschikte foto en zie daardoor de laatste paar treden over het hoofd. Met een doffe dreun arriveer ik op de begane grond. Terwijl ik verdwaasd op het tapijt lig, blijft het in de kamer doodstil. Dat irriteert me want ik heb het gevoel best wat medeleven te kunnen gebruiken. Kinderachtig begin ik wat te kreunen en te steunen.

'Mogen we komen kijken?' roept Anne vanuit de kamer.
'Ja,' roep ik gebelgd. En dan komen ze aanrennen. Tot mijn verbazing vinden ze het een amusante kwestie. Ha ha, buitengewoon grappig, zo'n moeder die ook eens gevallen is.

Maar de vreugde hierover duurt niet lang, want even later blijken mijn dochters in een groot vacuüm vol ruzie en wederzijds venijn te zijn beland. Er valt op geen enkele manier overeenstemming te bereiken over wat ze nou eens zullen gaan doen, en elke suggestie van mijn kant wordt als dom of stom afgedaan.
Ineens moet Anne van Jette een reus zijn, en in die hoedanigheid op de bank gaan liggen. Maar Anne wíl geen reus zijn. Ze loopt sarrend rondjes om Jette heen, die met veel volume te kennen geeft dat ze dat niet op prijs stelt. Gillend komt ze naar de keuken om te zeggen dat Anne altijd maar plaagt en nooit, NOOIT leuk doet. Of ik maar even wil zeggen wat ik daarvan vind.
Als me niet meteen wat te binnen schiet, krijst ze gebiedend dat Anne vriendelijk moet spelen. 'Hóór je dat, Anne? Je moet vriendelijk zijn. Dat zegt juf ook! Zeg dat je het nooit meer zal doen. Zeg het, Anne, zég het!'
En ja hoor, Anne belooft vriendelijk te zullen zijn. Maar omdat vriendelijk zijn in Jettes ogen betekent dat Anne toch écht die op-de-bank-liggende-reus moet zijn, is het meteen weer mis want Anne voelt nog steeds niets voor die rol.

Ik besluit ze af te leiden met een kleed zodat ze met behulp van wat stoeltjes een tent kunnen bouwen. Maar het mag allemaal niet baten. De ruzies gaan onverminderd door. Ruzie over de kant waar de deur zich in het geheel bevindt, ruzie over wie er het eerst in mag, ruzie over wie er het eerst uit mag… Kortom, ruzie over álles.

Ik sus en schipper zuchtend door. Totdat ook bij mij de maat vol is als Anne een houten tekendoos via het dak van 'de tent' op Jettes hoofd laat vallen en Jette woedend revanche neemt door een pluk haar uit haar zusters hoofd te trekken. Dan ben ik het namelijk zat. Spuugzat. Ik geef ze allebei een tik op hun billen en stuur ze naar boven. Want ook voor moeders valt het niet altijd mee om vriendelijk te zijn. Sterker nog: ik besluit dat de eerste de beste liefhebber ze gratis mag komen afhalen en ik ben dolblij als ze om zeven uur allebei in bed liggen. Met vriendelijk zijn begin ik morgen wel weer.


Column Centraal Weekblad - juni 1992
(Anne en Jette - 4 jaar)

Naar column archief
Naar vorige pagina.

 
 
Jette

Jette

Anne

Anne