Naar vorige pagina.GEWOON, MAAR WONDERLIJK BIJZONDER

Ik ben een beetje zenuwachtig als we aan de koffie met banket zitten. Twee kleine koppies kijken me vol verwachting aan, terwijl Ron de videocamera in de aanslag houdt.
'Zouden jullie ons geheim misschien kunnen raden?' vraag ik een tikje bibberig.
Anne zegt dat ze het echt niet zou weten en Jette vraagt stralend of we soms een konijntje krijgen.

De grote dag is eindelijk aangebroken. Het viel me met de dag moeilijker om het leven in mijn buik voor onze kleuters verborgen te houden. Ik had het graag wat eerder met ze willen delen, maar een zwangerschap dúúrt al zo lang! En dus stond ik bij school steeds wat voorovergebogen tussen de andere moeder om mijn explosief groeiende buik een beetje weg te werken. Het zou tenslotte niet leuk zijn als de kinderen het nieuws terloops van anderen zouden opvangen.
De situatie begon penibel te worden toen de mevrouw in de bloemenwinkel opgewekt zei: 'Leuk hoor. Misschien wordt het wel een kerstkindje.' Ze kon haar oren niet geloven toen ik vertelde dat ik pas begin mei uitgerekend was. En het werd nog erger toen de gynaecoloog bij de aanblik van mijn buik de eerste drieling uit zijn carrière hoopte te kunnen begroeten. Toen begrepen we dat we het echt wel moesten gaan vertellen.

En nu was het dan de eerste dag van de kerstvakantie.
'Eh… nee,' zeg ik. 'Het is geen konijntje. En dan bombardeer ik het nieuws gewoon maar de kamer in: 'Jullie krijgen een broertje of zusje.'
Het blijft doodstil. Twee paar ogen kijken beurtelings naar mijn ogen en mijn buik. Schrik. Ongeloof. Hoe kan dat nou?
Maar dan dringt het nieuws ineens door. 'We krijgen een baby!' roept Jette. Ze pakt Anne bij de hand en samen maken ze, uitzinnig van blijdschap, een wilde rondedans.
Even later springen de tranen me in de ogen als er ineens vier handjes op mijn buik liggen. En wat voelen ze? Jawel, állemaal voetjes!
Als ik een zakdoek ga halen neem ik meteen de twee cadeautjes uit de bijkeuken mee. Stralend halen ze een grote baby-beer uit het papier. Anne een beer met een paars jurkje en Jette één met een roze jurk.

De rest van de dag verloopt als een doorlopend mega-feest. Het eerste wat ze willen is de straat op. Winkelen, boodschappen doen, het doet er niet toe. Als er maar oren rondlopen om het aan te vertellen. Ze vertellen het nieuws aan de buurvrouw, de postbode, de slager, de zaterdaghulp bij Blokker, en aan elke voorbijganger die het maar enigszins lijkt te willen horen.

's Avonds gaan we gezellig uit eten. Op de terugweg zitten ze buitengewoon tevreden in de auto. Ze willen meteen met het babykamertje beginnen. En dat komt goed uit, want daar hebben we zelf ook verschrikkelijk veel zin in. Een leuke invulling van de kerstvakantie!
'Mám!' roept Jette ineens enthousiast. 'Misschien krijg je wel de zoon van Gód!'
Ron en ik schieten in de lach, maar dat valt helemaal verkeerd. 'Daar hoef je niet zo om te lachen,' zegt ze verontwaardigd. 'Dat is al eens eerder gebeurd hoor. Dan mag jij gewoon voor hem zorgen, net als Maria.'
Ik leg wat stuntelig uit dat dat toch echt niet zo vaak voorkomt. Gelukkig zijn we het er snel over eens dat een 'gewoon' kind van God ook prachtig is. Gewoon, dat wel, maar wonderlijk bijzonder.

Centraal Weekblad - september 1992

Naar column archief Naar vorige pagina.

 
 
Babykamer 1

Het babykamertje was diezelfde kerstvakantie nog klaar

Babykamer 2

Wel een beetje érg op tijd, vond onze omgeving

Babykamer 3
Maar dat vonden
wíj niet.
We genoten er elke dag van...