MET
LIEFS VAN JE MOEDER
In de oneindigheid van het heelal, op één
van de vele miljoenen planeten, in een minuscuul landje,
ligt een plaatsje, staat een huisje. En in dat huisje
staan twee koffertjes klaar. Een kleintje voor jou en
een iets grotere voor mij. Want morgen, mijn kind, morgen
word je geboren.
Zo klein zul je nog zijn, zo nietig, in dat grote, grote
geheel. En toch zo uniek, zó bijzonder.
De plaats en de tijd van jouw geboorte staan vast. Er
wordt een sneetje gemaakt, en binnen vijf minuten zal
vanuit de veilige beslotenheid van mijn buik - zonder
pardon - jouw leven hier op aarde moeten beginnen.
Het zal hier niet altijd even gemakkelijk voor je zijn.
Zoals bij alle mensen zullen vreugde en verdriet ook
jóúw pad kruisen. Zo hoort dat, want leven
is alles. Een wonderlijke compositie
van tegenstellingen. Treurig en mooi tegelijk. Want
wie ooit in een dal was, zal de berg op waarde weten
te schatten. En - in alle omstandigheden zal, vanuit
de hoogste hemelen, een vaste hand jou omvat houden,
kind.
Vandaag is de laatste dag dat ik je onder mijn hart
zal mogen dragen. Het wordt me vreemd te moede als ik
daaraan denk. Ik wil het best bekennen, ik ben een beetje
bang. Dwars door alle blijde hoop en verwachting heen,
leeft ergens diep van binnen een gevoel van angst. Want
morgen, in de kille operatiekamer, gehuld in groene
pakken, zullen wij gaan raken aan de Goddelijke essentie
van het bestaan. Emoties zullen losbarsten, woorden
te kort schieten. Want morgen, kind, morgen word je
geboren.
Dan zal ik je voetjes niet meer voelen trappelen. Nooit
meer zal ik vol verwondering kijken naar de golfbewegingen
die jij nu dagelijks in mijn buik veroorzaakt. Nooit
meer zal ik me afvragen of je een jongetje of een meisje
bent, of je gezond en gaaf ter wereld zal komen. Want
morgen zal ik het weten.
Kind, kind. Wat gaat dat allemaal worden. Met jou. Met
ons. En met je twee zusjes. Met ons allemaal samen. Als
het maar goed mag gaan.
Ik heb niet de illusie dat we geen fouten zullen maken.
Dat zullen we wel. Grote fouten en kleine. Maar dwars
door alles heen zal onze liefde voor jou er altijd zijn.
En we hopen dat je dat zult weten, zult kunnen voelen.
Eén ding kan ik je met mijn hand op mijn hart beloven.
We zullen ons best doen. Ons uiterste best. Wij. Je vader
en ik.
En dit was dan mijn allereerste brief aan jou, ons kind,
geschenk uit de hemel.
Met liefs van je moeder.
Centraal Weekblad - in april 1993
Naar
column archief  |