VAN
PAPA TOT POEPCHINEES
Vorig jaar rond deze tijd wachtte mij bij thuiskomst
een onverwacht onthaal. Opgetogen stond iedereen om
een stralende Liselotje heen. Mevrouw - acht maanden
oud - rolde triomfantelijk door de kamer: voor de állereerste
keer. Een typisch voorbeeld van een baby die niet al
te veel haast wenste te maken. Pas toen ze één
jaar was, konden we haar met een redelijk gerust hart
alleen laten zitten, en zelfs toen viel ze nog geregeld
om.
'Staat ze nou nóg niet, mevrouw?' reageerde de
zuster op het consultatiebureau lichtelijk verwijtend
op mijn onbekommerde onbezorgdheid over mijn zestien
maanden oude dochter.
'Ze is erfelijk belast' meldde ik laconiek. 'Ze heeft
een moeder die pas met tweeëntwintig maanden ging
lopen.'
Maar zowaar, met achttien maanden, besloot Liselotje
dat het haar tijd was en wandelde, wankel maar fier,
weg. De dag erna sloeg ze met een enorme klap tegen
de tafel, waarna ik paniekerig constateerde hoe zich
in een mum van tijd een paarsblauw ei op haar voorhoofd
vormde.
Vlug ging het allemaal. Heel vlug. Achteraf dan tenminste.
Maar wat pas écht snel ging, was het praten.
Het eerste gedenkwaardige woord sprak ze uit toen ze
tien maanden was: papa. Beer
volgde al snel als tweede, en ik moest genoegen nemen
met een goede derde plaats: mama.
Inmiddels heb ik meer dan honderdvijftig woorden en
zinnetjes genoteerd die ze aan deze drie woordjes heeft
toegevoegd, variërend van sjamabroek
tot mama-bille-choon-make en van oto-toel
tot en met oké.
Koppig is ze ook al, en niet te vergeten: 'tout'.Ongelooflijk
dat zo'n klein meisje al zoveel verfijnd raffinement
in huis heeft. Dol op aandacht als ze is, gooit ze graag
haar beer uit bed of uit de box. Ze slaat dan meteen
haar hand voor haar mond en roept op intens geschokte
toon: 'Oohhh! Doe-je-nou?' Als de beer
nog binnen handbereik ligt, gaat ze op haar buik liggen
om hem door de spijlen heen nog een zet na te geven,
zodat ze zelf écht geen mogelijkheid meer heeft
om hem terug te pakken. Want dan, ja dan móét
mama wel komen. 'Mama beer-pakke-even,'
commandeert ze vervolgens kattig. Soms is mama in een
goede bui en trapt er welwillend één of
twee keer in, om daarna op strenge wijze te verkondigen
dat dat de laatste keer was. Maar aan dergelijke opmerkingen
stoort ze zich niet graag. Als ze de beer nogmaals door
de kamer zwiept en mama hem niet meer terug wil brengen,
zet ze het een paar minuten op een brullen, om uiteindelijk
gelaten te besluiten met: 'Beer-tout, beer-vallen,
beer-hééél-tout!'
Gisteren deelde Jette trots mee dat Lotje poepchinees
kon zeggen. Ze had het haar persoonlijk geleerd. En
jawel. Toen opa vanmiddag onverwacht aanbelde, riep
ze hartelijk vanuit de box: 'Opa - jas uit - poepsjinees!'
Toen ik dat hoorde besloot ik meteen dat ze beter niet
meer met me mee kon gaan als ik een keer nasi zou gaan
halen.
En zo mochten wij in 1994 dus getuige zijn van een
onstuimig groeiproces: van de eerste buikrol tot de
eerste buil, en van papa tot poepchinees.
En wát zal het nieuwe jaar ons brengen
?
Centraal Weekblad - december 1994
(Anne en Jette 7 jaar, Liselotte 1 jaar en 8 maanden)
Naar
column archief 
|