ZES
OLIFANTEN EN EEN STOUTE LAMP
Twee jaar en negen maanden is ze nu. En zo op het eerste
gezicht is haar wereldje nog maar heel klein. Toch kun
je het allerminst een saai bestaan noemen, want met
haar fantasie voegt ze er zelf allerlei ongekende werelden
aan toe.
Zo was ons gezin wekenlang veranderd in een complete
apen-familie. Lotje reageerde alleen op ons als we haar
Baby-Aap noemden. Ik was Oma-Aap, Ron Opa-Aap. Jette
was Mama-Aap en Anne kreeg de rol van Tante-Aap toebedeeld.
Consequent riep ze: 'Oma-Aap' als ze me nodig had. Ook
op straat, en zittend in het winkelkarretje. Het gebeurde
dan ook regelmatig dat iemand mij even wat bevreemd
opnam.
Toen ze voor het eerst naar de speelzaal ging, vond
ik het zelfs nodig om uit te leggen wie er werd bedoeld
als ze onverhoopt om Oma-Aap zou roepen.
Maar inmiddels is het apen-tijdperk weer voorbij en
heeft plaatsgemaakt voor een nieuwe fase. De laatste
tijd zijn het namelijk olifanten die haar (en onze)
dagen larderen. Zo hebben we Gele olifant, Rode olifant,
Bruine olifant, en ga zo maar door.
Als ik aan het strijken ben, hoor ik tot mijn stomme
verbazing dat alle olifanten vandaag afwezig zijn. Groene
olifant is een eindje aan het fietsen, Oranje olifant
zit achterop, Blauwe olifant is met de bus mee, Rode
olifant is frietjes aan het halen, Gele olifant is aan
het wandelen, en Bruine olifant zit even op de wc.
Terwijl ze hardop denkt, besluit ze een tekening te
maken voor Bruine olifant. Ze installeert zich in haar
speelhoekje en gaat meteen aan het werk.
Ik strijk intussen rustig door en ben benieuwd naar
wat er straks met de tekening gaat gebeuren. Tenslotte
heeft ze net gemeld dat Bruine olifant zich op de wc
bevindt.
Even later zegt ze trots dat de tekening klaar is. Tevreden
bekijkt ze de wirwar van krassen.
Dan vraagt ze of ik de deur naar de gang even open wil
doen want dan kan ze de tekening aan Bruine olifant
op het toilet geven.
'Misschien is Bruine olifant wel even weg,' zeg ik,
om een teleurstelling te voorkomen. Samen lopen we naar
de wc. Maar ach
Er is niemand.
'Kont-zo-trug-hoor,' troost ze zichzelf, en dan legt
ze de tekening maar even op tafel.
Op een ochtend ben ik de badkamer aan het schoonmaken.
Liselotte keutelt boven een beetje rond. Zingend is
ze - zoals altijd - 'druk bezig met niks.'
Tenminste, dat dénk ik. Want even later zie ik
op de grond in haar kamertje een paar grote plukken
haar liggen, die onmiskenbaar van haar zijn. Ze moet
dus ergens een schaartje gevonden hebben. Op zichzelf
heel knap, want als ík er ééntje
nodig heb, zijn steevast alle schaartjes verdwenen.
'Liselot!' roep ik streng.
'Jaháá
' roept ze opgewekt terug,
en komt dan vrolijk onze slaapkamer uithobbelen.
Ik wijs naar de plukken haar en informeer of ze toevallig
zélf haar haren heeft geknipt.
Ze kijkt me trouwhartig aan en zegt dat dat niet het
geval is. 'Dat heeft de lamp gedaan,' legt ze me uit.
Boos kijkt ze naar boven en roept: 'Stoute lamp! Mág
niet, lamp!'
Omdat ze de laatste tijd de lamp van meer vergrijpen de
schuld geeft, ben ik hier al enigszins op voorbereid.
'Nou,' zeg ik. 'Ik heb het net aan de lamp gevraagd, maar
de lamp zegt dat hij jouw haren níet geknipt heeft.'
Ze is niet in het minst van haar stuk gebracht. 'De lamp
kan toch niet práten?' zegt ze op een toon alsof
ze nog nooit in haar leven zoiets stoms gehoord heeft.
Ik kan er niets aan doen, maar ik begin te lachen. Dan
deel ik zo streng mogelijk mee dat de lamp ook niet kan
knippen en dat Liselotje zélf haar haren heeft
geknipt.
Dat geeft ze meteen toe. 'Met een schaar,' zegt ze.
'Juist,' zeg ik. 'En waar ís die schaar?'
Snel dribbelt ze naar de kamer van Anne, waar het schaartje
uit een la tevoorschijn komt.
Ik leg het meteen bovenop de kast. Want stel je voor,
zo meteen gaat ze de olifanten ook nog knippen. En dat
moeten we natuurlijk ten alle tijden zien te voorkomen!
Centraal Weekblad - februari 1996
(Anne en Jette 9 jaar, Liselotte bijna drie jaar)
Naar
column archief  |