ROMMELKIND
OP ROMMELMARKT
‘Moet je kijken, mam. Wat mooi!’
Ik loop met Jette over de rommelmarkt op Koninginnedag.
Ze wijst naar een monsterlijke haarband, bedekt met
honderden gouden lovertjes. En oh, oh, oh, wat wil
ze die graag hebben. En het mag, omdat het koninginnedag
is.
Stralend loopt ze met de haarband over het terrein.
Haar volgende aanwinst is een klein, plastic eekhoorntje.
Dat gaat ze aan Rivkeh geven, want die spaart eekhoorntjes.
‘Dat is toch wel heel aardig van me, dat ik aan
Rivkeh denk,’ stelt ze tevreden vast. ‘Ik
denk niet dat er veel kinderen zijn die zoiets zouden
doen,
hè mam?’
Ik knik, terwijl ik betaal. Inderdaad. Bijzonder vriendelijk
van haar, zeg.
De rest van onze gang langs de honderden kraampjes
en kleedjes leveren achtereenvolgens op: een toilettasje,
een gouden poederkwast, een spiegeltje, een boek, een
popje met twee staartjes en twee kleine plastic paardjes.
Die laatste had ze toevallig net nodig in verband met
de oprichting van een dierentuin op haar kamer.
Ik zucht en zie het al voor me: óók nog
een dierentuin tussen alle bouwwerken, lapjes stof
en andere kostbaarheden die ze verzameld heeft.
Als we weer richting huis lopen, werpt een man haar
een viezig, roze knuffelvarken toe. Mag ze hebben.
Gratis en voor niets.
Trots loopt ze naast me. ‘Dat gaf die meneer
me natuurlijk omdat hij me zo’n leuk meisje vond,’ zegt
ze ijdel, en ze schudt damesachtig haar haren naar
achteren.
Thuis gaat ze meteen naar boven om een wiegje te maken
voor haar nieuwe popje. Maar… als het wiegje
eindelijk klaar is, blijkt het popje kwijt te zijn.
Spoorloos verdwenen. Wat nu?
Gelukkig weet ze onmiddellijk wat haar in deze précaire
situatie te doen staat. Ze stort zich op het maken
van een ‘wenskaart.’
‘
Ja,’ legt ze uit. ‘Dan maak ik dus een
wenskaart en dan wens ik dat ik mijn popje weer vindt.’
‘
Je zou ook kunnen gaan zoeken,’ oppert Ron. Maar
dat vindt ze te gewoontjes.
Een half uur later is de kaart klaar. In grote letters
staat er WENZKAART opgeschreven, met daaronder een
tekening van het vermiste popje, zodat er geen misverstanden
kunnen ontstaan over wélk popje nu eigenlijk
opgespoord dient te worden.
De volgende morgen komt ze triomfantelijk vertellen
dat ze het popje weer gevonden heeft. In de bijkeuken. ‘Moet
jij ook maar eens doen, zo’n kaart,’ adviseert
ze me gratis.
Als ze maandag uit school komt, vertelt ze dat Rivkeh
zélf ook al een eekhoorn heeft gekocht. Ze meent
dat ze het zich in de gegeven omstandigheden wel kan
permitteren om het eekhoorntje dan maar zelf te houden.
Dan kan ze namelijk een eekhoornbos, met bomen en zo
gaan maken.
Ze heeft het al helemaal in haar hoofd. De werkbeschrijving
die ze vervolgens op me loslaat, ontgaat me grotendeels,
want ik pieker me intussen suf of we ergens nog een
leuk kleed hebben liggen. Dan mag ze daar volgend jaar
zelf op gaan zitten. Rommelkind op rommelmarkt.
Jazeker, ze is niet de énige in huis met goede
ideeën.
Centraal Weekblad - mei 1994
(Anne en Jette 6 jaar – Liselotte 1 jaar)
Naar
column archief  |