Naar vorige pagina. EEN NATUURTALENT

De beide zwemdiploma’s hebben ze een jaar geleden gehaald. Of ze de gymlessen van het afgelopen jaar willen voortzetten, weten ze eigenlijk nog zo net niet. En zodoende zijn we de mogelijke alternatieven voor het komende seizoen aan het bespreken.
Jette is er al snel uit: ze wil de cursus tekenen doen bij het plaatselijk Cultureel Centrum.
Anne weet het nog niet. ‘Misschien wil ik wel op tennis,’ zegt ze lauw.
Maar daar vind ik haar nog te jong voor. Bovendien spettert de motivatie er nou niet echt van af. Ballet lijkt haar niks. Paardrijden vinden we gelukkig allebei eng, en muzikale vorming of blokfluitles lijkt haar ook niet te kunnen boeien. Kortom, we besluiten gewoon rustig verder te denken.
Tot ze op een dag opgewekt meedeelt: ‘Ik denk dat ik maar eens een jaartje niks ga doen.’
Echter, als een vriendinnetje laat weten op ‘Podiumklas’ te gaan, begint ze hartverscheurend te huilen dat zij ‘nog niks heeft’ en dat ze dat óók wil doen.
In het cursusboekje lees ik dat het om een soort dramatische vorming gaat. Het komt op mij allemaal nogal vaag en alternatief over. Maar ze wil het graag, en van mij mag ze. Bovendien gaat het om vijftien lessen, dus waar praten we over?

Inmiddels zijn we vijf lessen verder en tot mijn verbazing is onze dochter razend enthousiast over haar persoonlijke dramatische vooruitgang. Na elke les doet ze dan ook uitgebreid verslag. ‘Het is zo leuk dat ik nu ook echt leer om mijn gezicht te bewegen als ik iets zeg,’ deelt ze me op een dag verheerlijkt mee.
Ik bedenk geamuseerd dat ik nooit iets gemist heb op het gebied van haar mimiek, en eigenlijk ook geen verandering heb kunnen waarnemen. Maar verder vind ik het uiteraard allemaal geweldig.
Regelmatig demonstreert ze wat ze zoal geleerd heeft. Zo krijgen we een rollenspel te zien tussen een nukkige oma en een gewillige kleinzoon, die voortdurend afgepoeierd wordt. Daarvoor heeft ze twee stoeltjes nodig. Als oma spreekt, bevindt ze zich op het rode stoeltje, om daarna vliegensvlug op het groene stoeltje de rol van de kleinzoon over te nemen.
Door de onbenullige inhoud van het verhaal, en de buitengewone toewijding waarmee het spel gespeeld wordt, ontstaat er een hilarisch geheel waar wij met de grootste inspanning ernstig naar zitten te kijken.

Na een andere les vertelt ze vol vuur van een moordenaar die iemand doodsteekt.
Het slachtoffer moet er zo lang mogelijk over doen om dood te gaan, legt ze uit.
‘ Kijk, dat doe je zo.’ Ze gaat gekromd staan, met haar handen op haar buik, en begint angstaanjagend te kreunen.
Ron vindt het nodig even op te merken dat het toilet in de gang is, waarna ze - gestoord in haar dramatisch proces - vertoornd opkijkt. Overigens zegt ze even later dat zij dat doodgaan zèlf ook liever maar zo kort mogelijk houdt, omdat ze het eigenlijk niet zo leuk vindt.
Daar zijn we het dus over eens. Ik vind het namelijk maar een gek spel.

Na dit incident stapt ze over op iets anders: zíj gaat iets doen, en wij mogen raden wàt.
Even later zit ze als het beeld van Rodin op een stoeltje.
‘ Denken!’, roepen we in koor. Ze kijkt verbijsterd op. (Ze had zeker niet verwacht dat ze al zo goed was.)
Vervolgens begint ze te rillen en hoestbewegingen te maken. ‘Je bent verkouden,’ raad ik.
Maar dat is fout. ‘Grieperig,’ zegt ze een tikje arrogant.
Ach juist, natuurlijk, ze is grieperig. Nou ja, een ieder zal het inmiddels wel doorhebben: we praten hier over een talent, een natuurtalent. We hebben Carré nog niet voor haar afgehuurd, maar het zal wel niet zo lang meer duren, denk ik.

Centraal Weekblad – november 1995
(Anne en Jette 8 jaar, Liselotte 2,5 jaar)



Naar column archief Naar vorige pagina.
 
 
Bellen blazen met Anne
   Bellen blazen met Anne

Lotje - verkleed door Jette
   Lotje - verkleed door Jette

   Met mama op het strand