DE
ETTERTJES VERSTOPPEN PAASEITJES
Het is bijna Pasen.
En omdat het de laatste dag voor de vakantie
is, heeft juf een verrassing. ‘Luister,’ zegt
ze. ‘Vanmiddag is het feest op school.
Dan
komt er een ontzettend leuke clown op bezoek.’
De klas begint te juichen.
Juf lacht. ‘Ja,’ gaat ze dan verder, ‘maar dat is nog niet álles.
Straks mogen jullie namelijk ook nog paaseitjes zoeken in het bosje naast de
school. Maar eerst moeten de eitjes nog verstopt worden. Misschien kunnen Flop
en Fladdertje dat even doen.’
De ettertjes vinden het enig. Ze staan al naast hun stoel.
Juf geeft ze een grote mand vol paaseitjes. ‘De rest van de klas gaat
nu tekenen en jullie mogen de eitjes verstoppen. Kom maar terug zodra jullie
klaar zijn.’
 |
En daar gaan de ettertjes.
‘We moeten ze verschrikkelijk goed verstoppen,’ zegt Flop.
Fladdertje knikt. ‘Waar zullen we beginnen?’
Flop kijkt om zich heen. En dan kijkt hij naar de eitjes.
‘Laten we er eerst maar eentje proeven,’ zegt hij. ‘Dat kan
best.’
Hij pakt een rood eitje uit de mand en Fladdertje pakt een gele.
‘Best lekker,’ mompelt Fladdertje. Ze stopt het papiertje in haar
jaszak. ‘Ik lust er eigenlijk nog wel een.’
‘Ik ook,’ zegt
Flop. Hij peutert een eitje uit een knalblauw
papiertje en Fladdertje kiest een paars eitje.
En zo gaat het maar door. Flop en Fladdertje eten het ene na het andere eitje
op.
‘Dat merkt niemand,’ zegt Fladdertje opgewekt. ‘Ze denken gewoon
dat we de eitjes heel erg goed verstopt hebben. Zó goed, dat niemand ze
kan vinden.’
Uiteindelijk zijn er nog maar twee paaseitjes over. Maar daar hebben de ettertjes
geen zin meer in. ‘Nee, hoor,’ zegt Flop. ‘Ik kan geen eitje
meer zien.’
‘Ik ook niet,’ zegt Fladdertje kreunend. ‘Dan moeten we die
laatste twee eitjes nog maar even verstoppen.’
De ettertjes leggen de eitjes ergens tussen de struiken op de grond.
En dan gaan ze terug naar de klas.
‘Gelukt?’ vraagt
juf.
Flop en Fladdertje knikken.
‘Goed,’ zegt juf. ‘Dan gaan we nu naar het bos.’ Maar
Flop en Fladdertje willen niet mee.
‘Wat
is er met jullie aan de hand?’ vraagt juf.
‘Ik voel me
niet zo lekker,’ zegt Fladdertje.
‘Ik ook niet,’ mompelt
Flop.
‘
Blijven jullie dan maar hier,’ zegt juf. ‘Ik
zal meester Jan vragen of hij een beetje op jullie
kan letten.’
En dan gaat juf met de andere kinderen naar het bos. Ze zoeken overal. Onder
de takken, tussen de bladeren en in de struiken.
‘Knap gedaan, hoor,’ zegt juf tegen de kinderen. ‘Ik dacht:
die eitjes vinden we natuurlijk zó! Maar Flop en Fladdertje hebben ze
wel verschríkkelijk goed verstopt.’
Na een uur hebben ze precies twee eitjes gevonden.
‘Laten we maar teruggaan,’ zegt juf. ‘Jullie moeten naar huis
om te eten.’
‘Waar zijn Flop en Fladdertje gebleven?’ vraagt juf aan meester Jan.
‘Die zijn naar huis gebracht,’ zegt meester Jan. ‘Ze waren
zo misselijk.’
Opeens begrijpt juf wat er gebeurd is. ‘Ik vond ook al dat ze die eitjes
wel héél erg goed verstopt hadden. Maar nu snap ik het. Ze hebben
ze natuurlijk allemaal opgegeten.’
Meester Jan begint
te lachen. ‘Dus geen clownsvoorstelling
voor de ettertjes vanmiddag.’
‘Tja…’ zegt juf. ‘Dat heb je er nu van.’
En zo is het. Want die middag liggen er twee zieke kinderen in bed. Ze zijn
vreselijk misselijk. En ze denken aan de leukste clown van de hele wereld.
Jammer, hè?
Maar
ja. Eigen schuld…dikke bult!
* Meer verhaaltjes over Flop en Fladdertje zijn
te vinden in de volgende boeken:
De
ettertjes, Het
grote verhaaltjesboek en in Het
grote boek voor de kleuters. |